Goede Vrijdag

De dingen kristalliseren zich uit. Langzaam maar zeker. Laat ik het slechte nieuws voor het eind van dit log bewaren. Eerst naar het arbeidsethos en mijn eigen positionering daarin.

Vincent heeft de brui eraan gegeven. De hypernerveuze eigenaar van de kringloopwinkel die nooit een kringloopwinkel werd. We liepen er deze week weer es langs in de avonduren en zie, er hing weer een papier met 'gesloten' op de deur maar dit keer in een krabbel die niet die van Vince was. Aan het eind ervan las het dan ook Anton.

Ulla vond op grond van het epistel dat ook Anton niet overkomt als de meest doortastende ziel. Maar ik ben toch van plan om hem es te gaan polsen over de boekenhoek. Want ik vind dat nog steeds een leuke bezigheid voor mezelf. En omdat Anton in het pamfletje aankondigt dat zijn kringloopbedoening geen winstoogmerk zal hebben, vermoed ik dat hij het iets langer vol zal houden als good old Vince...

Ik draai vanaf eind volgende week eens per maand een avonddienst als portier in het klooster hier. Daarin heb ik toegestemd, omdat ik dan waarschijnlijk op mezelf kan werken (het werk houdt feitelijk niet zoveel in, telefoon bij je dragen en je tijd uitzitten). En dan kan ik ook de Vespers meenemen.

De dagdienst is me niet bevallen. Ik heb er nooit van gehouden om een baas te hebben en nu merk ik dat ik me echt helemaal niet meer laat zeggen wat ik doen moet. Het wegkwijnende klooster biedt nog werk aan tien of twaalf mensen terwijl dat werk er dus niet meer is. Dat verschijnsel heb ik in Finland veel te veel waargenomen om erin mee te draaien. Teveel Hollandse pak-aan en doe-normaal cultuur. Ik herken het van vroeger en ik blijf er ver vandaan.

Die schrijfwerkplaats, dat is een schot in de roos! Vijf, zes mensen om je heen die uren achter elkaar doodstil zitten te werken. Vanaf volgende maand gaan we ook af en toe naar beneden in de grote hal van de bieb zitten, om ons aan den volke te tonen, en nieuwe aanwas te kweken natuurlijk. De wisseling van de wacht bij het huisaanhuis waarin ik een column schrijf, heb ik trouwens ook overleefd.

Tja, en dan het nieuws waarmee ik eigenlijk niet zo veel kan. Volgens mijn arts -een internist hier bij het ziekenhuis- ben ik ernstig ziek. Nu is me dat anderhalf jaar geleden ook al es verteld, maar dan in het Fins. Maar ik heb geen klachten, dus wat doe je dan? Nodeloos medicijnen eten? Jezelf een ongeluk betalen aan artsenbezoek? Met het idee rondlopen dat je doodziek bent, maar dan wel "misschien"? Heb ik dus geen zin in.

Kern van de zaak is dat ik zelf hier contact met een medicus zocht omdat ik een second opinion wilde. Ik slik sinds anderhalf jaar dagelijks een medicijn, wordt regelmatig op mijn bloed getest en krijg dan vervolgens te horen dat de situatie niet veranderd is. Dus dat medicijn helpt niet, denk ik dan als leek. Zwaardere medicijnen werden me in Finland aangeboden maar daarmee willen ze hier in Nederland nog een jaar wachten, totdat ik zestig ben. Het pilletje dat ik dagelijks tot mij neem hebben ze hier niet en het goedje dat ik hier nu eet was in Finland onbekend...

Vertrouwt U het nog...?

Met de internist hier ontstond de volgende bizarre dialoog:

Zij: 'Ik kan U naar een collega van mij verwijzen, dan krijgt U het van een ander te horen...'

Ik: 'Ik kwam juist naar U voor een second opinion, ik hoef geen third opinion...'

Omdat zij vervolgens stil bleef vroeg ik wat de diagnose is.

Zij: 'Uw beenmerg sterft af... Dat proces zou kunnen eindigen in leukemie. Het kan zijn dat het al begonnen is maar dat kunnen we misschien nog niet bepalen...'

Ik: 'Een diagnose met kan zijn, zou kunnen en misschien nog niet erin is in mijn opvatting geen diagnose... Laat ik het anders vragen: wat is de prognose?'

Zij: 'Tien tot vijftien jaar, kan ook korter of langer zijn, dat verschilt van patient tot patient...'

Er lijden in mijn omgeving mensen aan kanker die net kinderen hebben gekregen. Ik ben jarenlang getuige geweest van het onvermogen van een 75/jarige om de dood in de ogen te kijken. Hier om ons heen rijden de verpleegstertjes en diensten dag en nacht af en aan om mensen van in de tachtig aan de praat te houden...

Geef die voor mij bedoelde medeicijnen en kuren maar aan die superjonge vader. Ik heb helemaal geen zin om mijn dagen in enige toekomst te slijten tussen leeftijdsgenoten die de dood niet zien als het volgende avontuur maar als een verschrikkelijk lot dat ten koste van alles -en iedereen- zo lang mogelijk moet worden uitgesteld... Jezus Christus: zestig plus vijftien is bij mijn weten vijfenzeventig en op die leeftijd heb ik toch een verduveld mooi leven gehad?

Het vreemdste bij het verlaten van het ziekenhuis was de gewaarwording dat het zo overzienbaar is: tien tot vijftien jaar... Op die leeftijd ben ik dus gekomen, dat je niet meer in dertig jaar of in 'ooit' kunt denken... Maar verder... Ik ben dus echt iemand die heilig gelooft dat het hierbij niet blijft en dat het nog een onverwacht vergezicht is dat we krijgen voorgeschoteld wanneer we doodgaan. Nog een keer een ongekende horizon... Ik ben er gewoon nieuwsgierig naar, naar ook die reis. Het zal mijn derde grote reis worden, zei ik vanochtend aan het ontbijt tegen mijn Ulla. Weet U wat nou de kneep is van dit leven? Dat je het met iemand delen kan...

Schrijven en koffiezetten

De eerste week van april bracht duizend nieuwe dingen. Zondagmorgen kreeg ik bericht dat mijn hoofdredakteur bij het huisaanhuisblad was ontslagen. Jammer, want in korte tijd had ik een prettige verhouding met hem opgebouwd. Hij gaf me de vrije teugel met mijn column en dekte me een aantal keren goed in de rug toen lezers verhaal bij mij kwamen halen. Ik ben benieuwd of er vandaag in het krantje ueberhaupt iets van me staat, bij een wisseling van de wacht weet je het nooit, zo heb ik geleerd.

Maandag schreef ik voor de eerste keer een hele dag, op een aparte lokatie, en tussen andere mensen die aan het schrijven zijn. Ik ben nu lid van de zogenoemde Schrijverswerkplaats van de plaatselijke bieb. Laptopje mee, eigen koffie en thee van de zaak, in een gerieflijke ruimte, samen met vijf of zes andere mensen. We zijn allemaal met iets anders bezig maar geven elkaar aan het eind van de dag feedback en gebruiken elkaars netwerk. Top dus!

Gisteren was het de beurt aan de Kapucijnen. De Minderbroeders Kapucijnen zoals ze volledig heten, zijn nog met zijn negenen in een riant klooster midden in de stad waar ooit ruim honderd monniken huisden. Over een jaar of wat verhuizen ook de laatste broeders naar een rusthuis. Ik zit dus als hulpportier nog eens in de positie waarin ik in Finland bij herhaling terecht kwam: de sterfhuisconstructie.

Ik heb in Finland bij een school, een voetbalclub en een krant het licht uitgedaan. Maar ik rouw er niet om. Als ze me aannemen -en waarom zouden ze dat niet doen want koffie zetten en de deur open doen kan iedereen en als een vrijwilliger dat doet kost het ze ook nog es niets...- dat hoor ik morgen wel, draai ik per maand een aantal dagen mee. Mochten ze niet willen -het huidige personeelsbestand is vrouwelijk en in de verzorging opgeleid en misschien willen ze dat zo houden- dan heb ik in ieder geval de plaats gewonnen die ik al decennia gewild heb.

Ik heb altijd iets gehad met het monastieke leven. Heb vroeger kloosters bezocht, heb een hele adolescentie lang serieus overwogen om zelf ook op enige manier in te treden of eruit te stappen, het is maar hoe je het noemen wil. Ik heb ooit in Finland de vrijwel enige katholieke kerk daar gefrequenteerd, soms twee keer per dag, tot ik door verhuizing daar ook van af moest zien. Daarna gedroomd van terugkomen in Europa, in een stad die ruikt naar de Middeleeuwen en een klooster herbergt. En zie...

's Ochtends voor aanvang van de werkdag gaan de broeders naar de Mis. Om zeven uur zaten ze gisterochtend in hun bankje achter het koor in de kerk. Een handvol breekbare mannetjes met baarden tot op hun knieen. De nieuwe ochtend komt er door het enige venster naar binnen, twee zusters van het nonnenklooster aan de andere kant van de gracht lezen de Schrift. Ik heb er dan een ontbijt en een wandeling, begeleid door vogelgezang, op zitten. Dit heb ik gezocht. Dit is thuiskomen.

 

Door slib en gras naar zee

Gisteren dan eindelijk de kust bereikt. In Scheveningen. Ulla had me de dag tevoor gevraagd wat de Randstad was en ik liet haar die dus zien. Heen via Woerden, Gouda en Zoetermeer, terug via Rotterdam en Dordrecht.

Het was schitterend weer dus vooral de betonnen spelonken van Zoetermeer haalden het qua droefgeestigheid niet bij de enige andere keer dat ik het oord heb bezocht. Toen regende het pijpestelen en was het februari. Maar Ulla was het toch wel met me eens dat het Holland op zijn lelijkst is, dat Groene Hart...

Den Haag daarentegen is een lust voor het oog. Een zinsbegoochelende kluster van oud en nieuw, vlak naast elkaar. Op het Binnenhof sprak een vrouw met roots in Suriname ons aan. Ulla hoort inderdaad de tongval niet, zoals ik in Finland nooit aan de hand van hoe mensen het Fins uitspreken heb kunnen bepalen waar ze vandaan komen.

Den Haag is de stad van heimwee in het kwadraat. Je hebt er de groep die uit Indonesie kwam. En je hebt er mensen zoals die vrouw, die er na vijftig jaar Nederland toch maar wat voor over had om na haar pensioen terug te kunnen keren naar Paramaribo.

Vroeger vond ik de zee wel eens teruggedrongen, een door de mens -de homo economicus- in een kistje afgelegd stuk natuur. Maar gister zag ik hoe de mens en zijn bedoeninkje in het mengsel van slib en aarzelend gras dat Zuid;Holland heet, feitelijk alleen maar even aanklinkt bij het natuurgebeuren. Hij ligt al klaar, de oceaan, om het gespartel en gewroet weer tot zich te nemen. Een geruststellend gevoel eigenlijk....

 

Neuroos

Op de kop af zeven maanden hier vandaag, en morgen een historische dag, met verjaardag zowel van mezelf als van ons huwelijk, en met verkiezingen. Een oneven jaar voor de boeg en op weg naar de zestig. Daarbij heb ik nu genoeg stilgestaan. Vijftien jaar getrouwd, zestien jaar bij elkaar, we stuurden een prachtige foto rond, samen in de regen, Ulla feitelijk onveranderd, ik ook niet zoveel maar wel nog met donkere lokken.

Wie goed naar de foto kijkt hoort de regen tokkelen in de Finse zomeravond. Kom ik bij heimwee, oftewel gevoelens van gemis, niet -in mijn geval- naar Het land van herkomst maar naar dat wat ik achterliet.

Het is hier lente en ik moet er mijn best voor doen om me voor te stellen dat men in Finland nog twee maanden natte sneeuw voor de boeg heeft voordat men er van voorjaar kan spreken. Het wordt er nu wel snel lichter. Voordat je het goed en wel in de gaten hebt is de nacht er verleden tijd en moet je de gordijnen goed dichtschuiven om te kunnen slapen.

Heimwee is kinderen. Verlangen naar de kinderen. Ulla belt soms met haar zoon, ik zou dat ook eens moeten doen met de mijne. Nu verbind ik me aan hen door naar hun favoriete muziek te luisteren. Ze zijn van de generatie die wegloopt met Armin van Buuren. Ik luister ernaar en hoor weer hoe zij het grijsdraaien tijdens een lange autorit, van niks naar nergens, alleen onderbroken door het eten van een lauwe pizza in een voorts verlaten wegrestaurant. Hoplakee, daar zijn tranen, een drop zout op mijn tong. Leg dit maar eens aan iemand uit die nooit wat achter zich heeft gelaten.

Die heb je veel hier, van die mensen die vastgeplakt zitten aan hun eigen plekkie en zich echt met geen mogelijkheid kunnen voorstellen wat en hoe het is om te verkassen over een grotere afstand dan dertig kilometer. Meer dan ik dacht. Of dan ik me herinnerde. Ik heb tijdens mijn verblijf tussen de bijzonder vastplakkerige en xenofobe Finnen de hollanders natuurlijk geidealiseerd. Tot een heroisch kosmopolitisch volk dat lak heeft aan conventies en het nieuwe en andere onvervaard tegemoet treedt en in de armen sluit.

Ach, om precies te zijn moet ik nog steeds de eerste in het echie tegenkomen, de barbaar die geen drie woorden achter elkaar zeggen kan en alleen denkt in termen van neuken en vreten. Een soort Fin dus. De Wilders-stemmer. In werkelijkheid word ik ook na zeven maanden nog steeds omringd door voorkomendheid en het vermogen om een stapje terug te doen ter wille van een ander. We waren vorige week een dag aan het volkstuinen samen met scholieren in de leeftijd van 14, 15 jaar. Heerlijke jongens en meisjes die zich vier vijf uur uit de naad werkten en geen enkele keer kut of kloten hebben geroepen: in een Finse schoolklas het enige idioom. 

Maar toch. De verkiezingen en het Wilders-mens. Ik werd geinterviewd in de Volkskrant, over de nieuwe partij Denk, een initiatief waarover ik enthousiast kan zijn omdat ik zo'n partij of beweging in Finland zou hebben willen oprichten. Maar de achterdocht waarmee de club wordt bejegend! En niet alleen in GeenStijl -ik ben daar nu 'de ouwe kraker met die rode broek'-  maar vooral ook tussen mijn radikaallinkse vrienden en vriendinnen. Zou het dan toch... Ja, het is toch wat Freek de Jonge gisteravond de nestgeur noemde. Waarin wat van verre komt wel lekker is maar toch niet iets waarmee je trouwt of ter wille waarvan je je 'eigen' van een vraagteken wilt voorzien. Turken die in Nederland wonen die met de Turkse vlag zwaaien midden in Rotterdam, het is niet te geloven en men wil het niet aanzien...

Wilders. Hij is wel van een heel ander kaliber dan de JanSalie die ik in Finland zichzelf zag tooien met de naam Echte Fin, de dikke Timo Soini. Wilders is hard. Soini doet zich voor als een gezelligerd, een goedmoedige sukkel die het toch maar tot minister van BZ heeft gebracht en zou willen dat ook de Syriers en Ghanezen die naar Finland willen komen in de eigen regio blijven en daar minister van BZ worden. Soini is een Fin. Maar Wilders is geen Nederlander. Althans voor mij niet. Hij staat voor mij niet voor het Nederland zoals ik het verliet, noch voor het land dat ik terugvond. Het land waarin voorkomendheid voorop staat en het vermogen om in te schuiven, om de ander te zien. Wilders is een autist, met de oogopslag van Nicolas Sarkozy en de woordenschat van een telefoonboek.

Maar het gaat dus ook niet om Wilders morgen. Het gaat om de partijen en partijtjes die zich allang het telefoonboekidioom ook eigen hebben gemaakt en hem straks niet meer nodig hebben om onNederlands de grenzen dicht te gooien, het land verder te asfalteren en de toekomst de toekomst te laten. Zij -de Pechtolds, Buma's en Klavers- worden gekozen door wat ik in de titel van dit blog de neurozen noem. Een neuroos is de overtreffende trap van de neuroot. De neuroot is de burn out zenuwlijder die niet verder kan hoezeer hij of zij dat ook zou willen. De neuroot wordt afgekeurd en springt onder de trein of trekt zich terug in een wereldje vol misselijkmakend fruit en de harde rand van een bed waar dag in dag uit geouwehoerd en vooral gezeurd kan worden over 'de zorg' of het gebrek daaraan.

De neuroos is anders. Die geeft niet op. Of beter gezegd: die wordt niet opgegeven. Die wordt volledig opgebruikt en laat zich volledig opgebruiken. De neuroos is jong, eeuwig jong, met vjftig loopt ie er nog bij als een tiener. De neuroos werkt. Tot ie er letterlijk bij neervalt. En hij kan zich alleen maar voorstellen dat de ander ook werkt. Het vleesgeworden arbeidsethos. Hop, een HEAO-opleiding in niks en de paden op de lanen in naar een baan waarvan niemend kan uitleggen wat ie inhoudt en wat ie bijdraagt aan het algemeen heil. Doet er niet toe wat we doen, als we maar wat doen. Dat is de neuroos. Resultaat: twee keer modaal aan geld dat gestoken gaat worden in hebbedingetjes en in twee kids in van die hebbedingetjes. En vraag ze niet om op te schuiven terwille van nieuwkomers of van mensen die nog even blijven. Want zij hebben 'er' voor gewerkt en betaald. 

Ik moet ze vermijden, die neurosen en hun arbeidsmarkt en hun geld. Zoals ik dat mijns inziens heel verstandig tot nu toe bijna zestig jaar gedaan heb. Ik wil niet in hun files staan, hun zorgen delen, hen verzorgen. Zij hebben mij niet nodig, ik hen niet.

Plannen

Volgende week zeven maanden hier en nu komen er concrete plannen over hoe het er in augustus -wanneer dit blog ook stopt- uit moet gaan zien.

Ik zal tegen die tijd werk gaan zoeken. Of anders gezegd: officieel verhuizen naar Nederland en dus financieel niet meer afhankelijk hoeven te zijn van Finland. Het hebben van twee adressen is te bewerkelijk en bovendien vind ik het wel een grappig idee om te gaan kijken wat hier nog tegen betaling gedaan kan worden. 

Direkte aanleiding voor deze stap vormen de rekeningen die hier nu binnen beginnen te komen. Gemeentelijke belastingen meldde zich en -en dan praten we over werkelijk grote bedragen- ik zit in een medisch program dat door het Finse ziekenfonds wel vergoed zou moeten worden maar ja, je moet het hier bij bezoek aan ars en laboratorium eerst wel lekker in concreto ophoesten.

Ga zometeen naar de eerste van een serie maandelijkse bloedtesten. Ik produceer te dikke witte of rode daar-wil-ik-nu-even-van-af-zijn bloedlichaampjes en heb daarvoor ook al een paar keer een internist gesproken. Allemaal in het prachtige nieuwe ziekenhuis hier ter plaatse maar ja voor wat hoort wat denken die medici en je tast dus flink in de buidel. Zometeen bel ik dan ook maar es naar Finland om de terugbetaling van dat soort rekeningetjes in gang te gaan zetten. Want automatisch blijkt dat niet te gaan.

Maar er zijn dus ook genoeg leuke dingen. Ik kreeg met de post het eerste exemplaar van het boekje dat ik in Book On Demand -kan ik ieder aanraden: je krijgt zelfs persoonlijke begeleiding terwijl je vrijwel niks betaalt- heb gemaakt. Zeer benieuwd. Bij een geslaagde eersteling gaan er volgens dat proces veel meer volgen. Nagedacht over een naam voor het ahum uitgeverijtje van mijn eigen boeken en de naam van wijlen mijn firmaatje maar afgestoft: to and from. Betekent wat het betekent en klinkt nog steeds helemaal niet gek, toch?

Volgende week woensdag de Dag der dagen. Ja, verkiezingen, die ook, maar ook en bovenal deze jongen zijn verjaardag en on top of it all onze vijftiende huwelijksdag. Gaan we vieren natiuurlijk, niet grootscheeps, dat kan helemaal niet op die paar vierkante meter hier, maar toch. Eenieder die zich geroepen voelt, geef een gil en we sturen je het adres, mag je zelf bepalen of het eine Reise wert ist... 

Vastenavond

De laatste uren van carnaval en van februari. Het feest duurde een beetje te lang, de maand was zoals altijd lekker kort.

Carnaval was leuk totdat het te lang ging duren. Zeker, het leeft hier nog, in de stad en omstreken, ook al is het een wit feest en zie je dat de jongeren niet overal meer bij aansluiten.

Het is wel een typisch feest voor ons kent ons, aan enige informatie voor buitenstaanders of nieuwkomers zoals wij, ontbreekt het volledig. Zelfs de aanvangstijden van de diverse grotere evenementen moet je maar raden.

Gelukkig hadden we op tijd door dat de intocht van de prins op zondag wel es het leukst zou kunnen zijn. Was het ook, met veel volk op de been en aanstekelijk gemusiceer, in de ambiance van het middeleeuwse marktplein, zoals het hoort dus.

Geen wanklank, dat is het leukste van het feest. Wel een hoop rotzooi maar geen vechtpartijen, openbare dronkenschap of eenzame sicceneurige feestvierders zoals in Finland.

Maandag, bestemd voor de Grote Optocht voor praalwagens viel in het water. Kan niemand wat aan doen, al was het natuurlijk wel bizar dat de optocht daar waar wij al twee uur wachtten, pas in zicht kwam toen het ophield droog te zijn...

Februari ging ook op aan schrijven -ik wacht op mijn eerste gedrukte exemplaar van Blauwe storm (historiekje van voetbalclubje PoPa, in het Fins helaas) in de post - en aan de verkiezingskampanje. Ik had al nergens meer op gerekend maar opeens was ik door DENK ingeschaald voor een interview in de Volkskrant, moet donderdag of vrijdag verschijnen. Ik ben benieuwd.

Verder is het natuurlijk bij de kloten af, die Nederlandse verkiezingskampanje, althans tot nu toe. Lamme heren van vijftig plus in een saai pak met saaie praatjes voor de Vaak en zoals een vriend opmerkte, die oeverloze aandacht voor het oeverloze geweeklaag van al die oprechte en hardwerkende oer-Nederlanders die zich veronachtzaamd voelen door 'de politiek'

Alsof het godbetere op tv, radio en in het internet ergens anders over gaat dan over Paaseitjes (Halve gare Zijlsra van de VVD die niet in de kerk komt maar Pasen ziet en koestert als een 'typisch' Nederlands feest...) ouden van dagen en de al dan niet maatschappelijke dienstplicht.

Tussendoor mochten we dan nog genieten van de herdenking van de Slag in de Javazee, waar 900 kinderen van 18 destijds werden verzopen in naam van de koloniale macht en de voorouders van Halve gare Zijlstra... Zum Kotzen, wat U zegt. Voor braaksel op de stoeprand heb je in dit deel van de wereld Carnaval niet van node...

Half jaar

Half jaar geleden gearriveerd en vandaag wordt het nog lente ook.

De Nederlanders om ons heen hebben naar eigen zeggen een hele vinnige winter achter de rug. Twee koudeperiodes -nul graden overdag- echte sneeuw en ook nog een dag of wat ijspret.

In Finland daarentegen klagen vrienden en familie steen en been over de zoveelste winter die maar geen winter wil worden. Het vriest er de ene dag tien graden -overdag, lieve hollanders, 's nachts tot min twintig of min dertig- en dooit de volgende. Gister was het er zelfs net zo warm als hier: acht graden.

Gistermorgen neuriede Ulla de begintune van het reklameblok op radio 1 en we waren het er over eens dat er al heel wat gewoontes ingesleten zijn. We weten waarnaar we moeten luisteren en kijken om bij te blijven, en hoe we ons in het verkeer hebben te gedragen.

Ulla leest de hele zaterdagkrant. Geen telegraaf meer zoals ze placht te doen maar de degelijke Volkskrant. Ze doet er de hele week over maar gaat echt intensief door bepaalde artikelen. Daarin streept ze dan woorden aan met de pen en die zoekt ze op in haar kloeke woordenboek. Gisteren heeft ze tjongejonge leren zeggen, tot haar grote plezier.

Heel af en toe zeggen we ook tegen elkaar dat we de kiinderen missen en berekenen we onze kans dat ze deze zomer deze kant uit zullen komen. Maar verder is er van heimwee geen sprake. Ik ben zelfs allergisch voor het kijken naar Finse televisie. Voel me meteen weer alsof ik geen adem kan halen.

Ik merk wel ook aan mezelf dat ik in die zin verFinst ben dat ik veel minder snel een sociale agenda aanleg. Ik bedoel daarmee dat ik niet die zo heel Nederlandse gewoonte weer kan oppakken om een agenda te trekken voor het maken van afspraakjes.

Andere zaken die ik wel van vroeger herken maar nu op mijn lachspieren werken: zegeltjes sparen, om zes uur 's avonds warm eten en miniscule voortuintjes volstouwen met planten en huisraad. Ook weer gewend aan: smalle stoepjes, kleine deurtjes en raampjes waarin reusachtige mensen naar buiten kijken, bankjes in het park die niet weggehaald worden zoals in Finland: je kunt niet op ze zitten maar ze herinneren je aan het o zo prettige feit dat de winter hier voorbij is voordat je het goed en wel in de gaten hebt...

Zachte J

Weer een nieuwe mijlpaal: de geboorte van mijn pseudoniem Zachte J, gisteravond tijdens het Poeziepodium hier. Een dichtersnaam, als waardig opvolger van De dichter Bruil (begin jaren 1990) en JoopFinland. Klinkt als de naam van een rapper, Zachte J, en is ook een woordgrap in verband met het gebruik van de zachte g in deze streek.

Verliep goed, debuut, veel mensen, veel belangstelling voor elkaar, wervelender als eerste keer. Ik ga vandaag of morgen een facebooksite inrichten als Zachte J. Leuk ook en goed dat het gister allemaal samenviel met de herdenking voor mijn broer, de 33e alweer.

En verder? Op weg naar het halve jaar hier, volgende week. En hoe snel de dingen gaan... Mijn column in het huis-aan-huisblad bijvoorbeeld. Staat alweer op losse schroeven, tenminste zo voelt het, nu de uitgever heeft besloten het mes in zichzelf te zetten en mijn eindredacteur heeft ontslagen.

We waren ook even terug in het gezichtsveld van Vincent de voddenman afgelopen weekeinde. Zelfde chaos als toen ik het zaakje voor de kerst achterliet. Ulla heeft er wel oren naar om een deel van de winkel te huren als atelier. Maar ik weet niet of je met V zaken moet doen. Het zou zomaar kunnen aflopen als met Jan B.

Jan B is de voormalige vriend -hij belde me dagelijks op- die nu rechtszaakjes tegen me uitbroedt en vrienden van me stalkt. Gisteren een dag besteed aan zijn strapatsen en dat bevalt me toch helemaal niet. Neen, ik ben een dichter, hoor ik in mezelf sinds ons bezoek aan Nijmegen (zie daarvoor een eerder log) en dat word ik meer en meer....

 

Insomnia

De titel van een uiterst sombere film die ik kort voordat we uit Finland vertrokken, voor de tweede keer zag. Een politieman onderzoekt een moord in een dorp in Zweeds of Noors of Fins Lapland, in de zomer, dus het wordt er niet donker. Hij kan niet slapen, wordt langzaam gesloopt, schiet een collega overhoop. Heftigste scene is wanneer hij een jong kind wiens betrokkenheid bij de moord hij moet onderzoeken, aanrandt.

Nooit meer slapen. Ik slaap ook slecht momenteel. Maar de redenen daarvoor liggen gelukkig niet in een moord of in Lapland. Gezondheidssituatie -morgen voor tweede keer naar grote ziekenhuis hier in de stad, een heus medicijn voorgeschreven krijgen, brrrrr, het is het eerste in mijn leventje- en zorg over de kinderen. 

We hebben kinderen achtergelaten in F. Weliswaar zijn ze al groot, 26 en 20 en 15 jaar oud, maar omdat het jongens, jonge mannen zijn is het moeilijk kontakt met ze te onderhouden. Natuurlijk, aan de communicatiemiddelen hoeft het tegenwoordig niet te liggen: met Whatsapp weet je zelfs in een oogopslag of ze nog in leven zijn. Maar het zijn mannen en Finnen, dus je moet het echt uit ze lospeuteren.

Die van 26 is van Ulla, die twee bellen zelfs af en toe. Zoiets kan ik me alleen maar dromen.... Die van 20 en van 15 zijn van mij. Ze verschillen hemelsbreed. De oudste is nog wel zo dat ie op alle geruis in WA ook reageert, zij het meestal met niet meer dan OK of Jaja. Hij is een doener. Werkt en studeert maar heeft veel meer lol in het laatste, vakken vullen bij Lidl... Maar ik vind het leuk dat hij dat leuk vindt.

De jongste is veel kieskeuriger. De beste van zijn klas al sinds de kleuterschool, kiest zelf zijn kleren, heeft al een vriendinnetje. Ik hoor soms weken niks van hem. Weet dat ie het niet makkelijk heeft thuis met zijn moedeer, nu de oudste de deur uit is. Weet dat moe de vriendin niet pikt... Meen ook te weten hoe het voelt om vijftien going 16 te zijn en door je leraren de hemel ingeprezen te worden in een wereld die geregeerd wordt door de Trumps...

Ik ben dus bang. Des nachts vooral. Hoe staat zo een jongen in het leven? En vooral: staat ie wel in het leven... Ik bedoel: na de suicide van mijn broer nu drieendertig jaar geleden en een neef van me afgelopen zomer, kom ik dus uit een familie die met "het" behept is... Zulke gedachten besluipen mij des nachts in plaats van zoete dromen...

Nou ja, ben dus gewoon erg blij wanneer ik zoals vanochtend  zomaar gratis en voor niks  drie hele boodschappen van mijn jongste vind in mijn telefoon. De eerte luidde dat zijn carriere als speler van zaalhockey ten einde is "omdat het team tegenwoordig bestaat uit kleine mormels". Kijk, dan weet ik dat het goed met hem gaat...

 

 

Tekstteevee

Ik weet niet of het echt goed gaat met dit log want naast de pin-up girls die als advertentie in beeld verschijnen, krijg ik dagelijks een paar keer een reaktie die van de googlemachine lijkt te komen, en nu verschijnt er in het vakje Pas verschenen logs een rare algoritmische mededeling... Maar goed, ik probeer het en dan zien we wel wat er gebeurt. Maar voor wie dus problemen krijgt bij lezing van dit blog in facebook, de reden voor die problemen ligt geheel buiten mij...

Las een krantenartikel over het gebruik van tekst-tv in Nederland -dat dit medium zich hier nog steeds in een grote populariteit mag verheugen- en dat brengt me ertoe een beetje te vertellen over wat voor soort leven wij achter ons lieten in het Finse.

Vroeger had je die grap over het testbeeld, weten we nog? Toen je dat nog had op je tv, en je kon tegen iemand zeggen die teveel naar het kastje keek of er niets van opstak, dat ie naar het testbeeld zat te kijken. In Finland hadden wij geen testbeeld maar tekst-tv.

Ik stond er mee op en ging er mee naar bed. Vijfhonderd paginaas waarvan die tussen nummer 200 en 300 mijn voorkeur hadden. Want die gingen over sport. Elke avond -want er wordt tegenwoordig wel elke avond ergens gevoetbald in de wereld- en vooral zaterdag en zondagsmiddags, zat ik als een razende op de afstandsbediening te roffelen.

Het is vreemd om te bedenken dat ik nu weer alles van die informatie vergeten ben. Ik bedoel: ik zat op het puntje van mijn stoel om de uitslagen in de engelse tweede divisie te volgen of die in de derde klas van het Finse ijshockey. Terwijl als je me nu vraagt om iets te vertellen over de Eredivisie of hoe het met Koeman gaat, ik het allemaal kwijt ben.

Vluchtig amusement was het dus, letterlijk omdat ik niks anders had. Ik las een aantal boeken uit onze boekenkast voor de vierde of vijfde keer, maar dat ook enkel en alleen des zomers omdat je dan geen hoofdpijnverwekkend kunstlicht hoefde te gebruiken. O ja, laat daar geen twijfel over bestaan,wij hadden een tv met zo'n enorm plat beeldscherm, zodat ik mijn ogen niet hoefde te kwellen...

Niets dus, nada te doen, behalve werken, computeren, jezelf een keer per dag de deur uitdwingen om boodschappen te halen, geen bezoekers, niet op bezoek, enkel en alleen verbonden met wat de wereld moest zijn -een andere planeet!- via het volgen van Queens Park Rangers-Reading en Satakunnan Juntti tegen Hermes Valkeakoski. Ik heb mijn verblijf in Finland wel eens een kloosterervaring genoemd, maar het leek eerlijk gezegd vaak ook op levend begraven zijn...     

 

Vijf maanden

Vandaag vijf maanden geleden hier de parkeerplaats opgewandeld. Hoe gaat het nu? Ja, deze blogs komen opeens bijna dagelijks. Is dat het teken van iets?

Ulla kreeg eergister de vraag van een bekende voorgelegd waarom ze althans in haar facebookaccount zoveel in het Fins en met Finnen verkeert. "Net alsof je", zo werd haar gezegd "nog niet helemaal in Nederland bent".

Ik herken zoveel in wat Ulla doet momenteel. Herinner me met zachte weemoed mijn eerste maanden in Finland. Ik bewoonde er in de kleine stad Hameenlinna een kamer in een appartementengebouw dat bedoeld was om de bezoekers van een zuivelschool te huisvesten. In betere tijden waren die bezoekers er mischien geweest maar in de economische crisis van 1990-1995 waarin ik naar het land emigreerde niet en dus had ik er het rijk helemaal alleen.

Ik sprak nog vrijwel geen woord Fins en was voor nieuwsgaring dus volstrekt aangewezen op de Wereldomroep, een nederlandstalige zender op de korte golf. Hele dagen bracht ik door met het aanbrengen van de antenne van de radio op zo een manier dat ik ongestoord naar de uitzendingen kon luisteren.Was er geen ontvangst dan was ik wanhopig.

Ulla heeft het nu in die zin wat makkelijker dat er internet is Maar verder is er in wezen in twintig jaar niet zo veel veranderd. Ze ankert zich in het vertrouwde en kan van daaruit het onbekende tegemoet treden. Voor mensen die nooit landverthuisd zijn is dit moeilijk te bevatten.

Maar ze doet het dus in mijn ogen prime. Zo kan ze al onderscheid horen tussen mensen van hier en mensen die uit Suriname of de Caraiben komen. Ook slaakt ze in haar zinnen steeds meer kreetjes: typische nederlandse stopwoordjes als oei, hee, toch, maar ja, enzovoort.

Ze is mede om die reden -wij spreken tegen elkaar Fins dus dat helpt haar niet- betrokken bij het reilen en zeilen van de medeflatbewoners. Ik veel minder tot niet. Ben een beetje allergisch voor de ambulances die hier om de haverklap voorrijden. En kan al helemaal niet overweg met een mevrouw van onze leeftijd die met een smeris samenwoont. Het stel heeft het bestaan om een foto van ons, gemaakt door een bewakingscamera op het station hier aan ons op te sturen. Geintje? Een waarschuwing? Wie zal het zeggen, maar ik ben op mijn qui vive...

Ambulances? Ik moet woensdag hier naar het ziekenhuis. Bloed laten onderzoeken en de internist heeft een verhaal voor me... Heb een veel betere conditie als de laatste maanden in Finland maar ben wel snel duizelig en slaap minder goed. We zien wel. Het moest maar snel zomer worden...

Dichter en vrijheid

Leuke kennismaking met de plaatselijke dichterskring the other night. Tien, vijftien mensen mv in de gelagkamer van een wijnproeverij, mikrofoon aanwezig, twee uur durend evenement, voor iedereen een zitplaats, veel pauzes maar consumptie niet verplicht, geen geroezemoes op de achtergrond.

De organisator zat met afzeggingen maar speelde daar soepel op in door aan de zaal een open microfoon beschikbaar te stellen. Dat leverde de mooiste bijdragen op: die van de jonge Baps Post en de ervaren Doeko L. Ik werd ook gevraagd maar omdat ik niks had voorbereid wimpelde ik nog af.

Gevonden dus, die kring, met inspirerende mensen. Ben voor het overige  al dagenlang in een melancholieke stemming. Komt door het lezen van de biografie van Ulrike Meinhof, door Jutta Ditfurth. Mij komt het voor dat ik het indertijd allemaal gemist heb. En er bij had willen zijn.

Nooit beseftgeweten dat Meinhof een Bekende Duitse was toen ze ervoor koos om loopbaan en gezin achter zich te laten en de konfrontatie met de rechtsorde aan te gaan. Ik was achttien toen ze stierf, wel politiek al aktief -in de weer met schooldemocratie en zo- maar zeer naief.

Zo geloofde ik dat ik jarenlange eenzame opssluiting wel aan zou kunnen, herinner ik me. Mij mocht je met een bloknoot en een pen achter slot en grendel zetten, zo bazuinde ik rond. Ik weet niet meer of het naar aanleiding van de berichtgeving uit Duitsland was. Sensorische deprivatie... Ik besef nu pas hoe beestachtig en perfekt de folteringsmethode van justitie toen was.

Gemiste kans? En nu moeten rondkomen in deze tijd? Maar heeft die niet dezelfde dingen als die van de jaren zeventig? Is zo een Snowdon niet een held? Wat is het lot van Manning, en van al die zwarte radikalen in de VS? Guantanamo wasis toch het Stammheim van onze dagen...?

 

Plaatsje halen

Eindelijk zitten de verplichte feestdagen er weer op en kunnen ook de gezondheidsproblemen voorlopig naar de achtergrond worden gedrongen. Nu wordt het tijd om een activiteit te halen. Een nieuwe dus. Ik ben al in wat dingen betrokken geweest maar die vallen weg of worden onbevredigend.

Ik schrijf een column, gedurende vier maanden alweer, in een huisaanhuisblad hier. Is leuk, zou ik graag langer doen maar ik weet eerlijk gezegd niet of ze langer met mij door willen gaan nu er lezers zijn die over me heen gevallen zijn. Kun je zeggen: dat is alleen maar een bewijs dat het ding gelezen wordt. Maar als er adverteerders weg gaan vallen...?

Ik wil met de naderende verkiezingen iets doen. Maar hier wreekt zich dat ik met partijpolitiek in Nederland maar heel weinig ervaring heb. En dat een verkiezingskampanje in Finland, waarmee ik wel veel ervaring heb, veel serieuzer is als hiero. Had me dus aangemeld als vrijwilliger bij politieke beweging Denk. Maar de reakties in mijn vriendenkring (O, dat is die Erdoganfanclub) en de ervaring met het clubje maken me kopschuw. Geloof niet dat de ploeg iets van de grond krijgt want twee maanden voor D-Day zijn ze nog steeds vrijwilligers aan het werven en emailadressen aan het verzamelen...

Alternatief zoeken? Partij voor niet-stemmers wil alleen mensen die niet met politiek bezig zijn (geweest), echt waar, staat op hun website... De Partij voor de Dieren dan? Sympathiek, gek, extreem, voel er wel iets voor maar toch ook weer niet... Moeilijk moeilijk. En de tijd dringt dus....

En dan was er Vincent. Vincent met zijn rommelwinkel, waarin ik een boekhandeltje wilde opzetten. Rond Kerstmis las het nog op zijn winkeldeur dat er na januari weer actie komt. Maar gister hing er alleen nog maar Gesloten en dus vrees ik dat dat definitief einde verhaal is. Zal ik em es bellen? Geen idee, ik heb geen zin om nieuwe rampspoed in zijn leven in te ademen, maar aan de andere kant, het was wel een sympathieke boy met zijn paranoia en zijn schriele stem en dito uiterlijk ...

Ook hier geldt weer: er zijn wel meer van die vlooienmarkten, heel veel zelfs, maar Vincents bedoening was wel helemaal zonder drempel, zeg maar. Makkelijk binnenkomen, zonder rumoer weer weggaan...

 

Amsterdamned

We ontvingen onze tweede gast uit Finland, nu voor een paar dagen en omdat we haar van Schiphol afhaalden plakten we er een bezoek aan Adam aan vast. Voor ons was het de eerste keer in ruim zes jaar dat we de hoofdstad zagen.

Ik had een rustige route uitgezocht. Het was goed weer dus we hoefden niet in de tram en liepen langzaam via de Geldersekade richting Stopera.

Bij ieder bezoek aan Adam gaat het naar het huis waar mijn broer de laatste jaren van zijn leven heeft doorgebracht. Tot helemaal in 2010 stond zijn naam nog in het portaal van de deur gekrast. Nu was ie weg.

Er was meer verdwenen. Hij woonde nog boven een autostalling. Die was nu omgeturnd tot vintageverkooptoko. Een ding met luide muziek en de geur van verrotte spullen waar niemand wat aan heeft.

De bakker naast de deur en het vegetarisch restaurant daar weer naast, weg, evenals de boekantiquair er tegenover, maar dat wist ik al. Het was wel speciaal om voor het eerst onder de woning van mijn broer door te kunnen dringen. Maar ik hoef de straat in de toekomst niet meer aan te doen.

Voor de rest was Amsterdam zoals ik het achter me liet, ruim 22 jaar geleden. Teveel overgeleverd aan de leeuwen, de toeristen in dit geval. Er moet maar weer een muur rond de stad. Of een leeftijdsgrens aan de bezoekers...  

 

Peek Jellema

We zijn nu in zoverre gewend aan het geschreeuw dat Nederlandse radio heet dat we het toestelletje sochtends en savonds soms aanhebben. Het is ongelooflijk dat terwijl ons de popsterren en oudpolitici in rap tempo ontvallen, de programmaas op npo 1 nog steeds omlijst worden met de oubolligste stem uit de polder: die van Peek Jellema.

Je zou denken dat de man die me altijd direkt doet terugdenken aan een slootje met vies oud bruin ijs  ergens in het noorden van het noorden, bij Dokkum of zo, inmiddels dood is of te oud om nog programmaas in te praten. Of dat zijn stemgeluid inmiddels vervangen is met dat van een dynamischer persoonlijkheid. Of van een vrouw. Maar niet dus. Jellema zingt nog steeds rond en deed dat vanmiddag in het langstbestaande programma op de ned radio: Langs de lijn, op de zondagmiddag.

Langs de lijn, voor het eerst dus uitgezonden toen ik bijna negen was Ik ging ernaar luisteren rond mijn twaalfde, dus om en nabij aflevering hondervijftig. Ik deed dat op dezelfde manier waarop ik dat vanmiddag deed. Ulla houdt niet van sportprogrammaas en heeft dus de neiging te vragen het geluid zooooooo zacht te draaien dat ik niet meer de fijne nuance in het achtergrondlawaai van een reportage uit een stadion waar ook ter wereld kan horen. Of ze begint er door heen te praten, niet beseffend dat ik luister.

Zo ging het dus vijftig jaar geleden ook. Ik was thuis de enige die zich voor sport interesseerde -niet vanwege de sport an sich maar vanwege de passie die in de beoefenaren en volgers van sport leeft- en moest me dus afzonderen om me op de zondagmiddag tussen twee en zes over te kunnen geven aan vier uurtjes vol luisterplezier. Aanvankelijk zat ik onder de distributierradio in de huiskamer, de kast aan de muur waarop ieder huishouden vier radiokanalen kon ontvangen. Ik zat dus bijna in die kast, met het volume op 1, voortdurend bang dat mijn moeder in mijn richting zou blaffen of het wat zachter kon... Later verhuisde ik naar de kamer van mijn zuster. Die had een heuse muziekinstallatie compleet met tuner en daar zat ik te luisteren tot zeven uur totdat op de regionale omroep noord en oost ook de uitslagen in het amateurvoetbal waren voorgelezen. Ik hoef niet te vermelden dat mijn sessie daar volledig illegaal was en mij zo ongeveer de doodstraf had gewacjht mocht mijn zuster op eenof ander moment iets nodig gehad mogen hebben.

Ik zat dus in mijn eigen zweet, deels vanwege de angst ontdekt te worden, deels vanwege de spanning die de verslagen op de radio opriepen. Zweet dat onder mijn okseltjes ontstond en zich onder mijn zitvlak vermeerderde om daar in de loop van de middag een gemene jeuk te veroorzaken. Het is diezelfde jeuk die ik nog steeds voel bij het aanhoren van de stem van Peek Jellema....

Kersten

Naar twee evenementen geweest die werden aangeprezen als kerstconcert. Viel niet mee.

In Finland zijn zulke gebeurtenissen zorgvuldig voorbereid, met eigenlijk alleen maar muziek van eigen makelij en eigen bodem. Misschien heeft het ermee te maken dat de kerst daar niet zo overduidelijk christelijk is maar nog steeds het begin of zo je wilt het hoogte- of dieptepunt van de winter en de duisternis markeert. Heidens dus. En feest van het licht.

In Nederland heeft de kerst zoals ik die uit mijn jeugd ken veel terrein verloren. Niet alleen is het steeds warmer geworde. Ook worden de honderden liedjes die ik als kind uit mijn hoofd kon opdreunen nergens meer te horen gebracht.

Nu zaten we weliswaar in een kerkgebouw maar het gebeuuren had niets met religie uitstaande. Er was ook niet gedacht aan het plaatsen van een kerstboom of andere versiering. De muziek werd verzorgd door een fanfareorkest en een koor. Het was de eerste keer dat men samenwerkte en dat was eerlijk gezegd ook te horen en te zien.

Het meest verrassend op de lijst van uit te voeren werken was de Finlandiasuite van Jean Sibelius. Feitelijk het nationale volkslied van de Finnen. Moet gezegd dat hier orkest en koor de juiste toon vonden. Maar raar bleef het, om dit nogal nationalistische lied uitgevoerd te horen met kerst. En om de tekst in het duits gepresenteerd te krijgen.

Ronduit mooi was de uitvoering van Carrickfergus, dat ik ken in de uitvoering van Brian Ferry maar nu werd uitgevoerd met een solopartij van een goeie trombonist. Maar ook hier: wat heeft dit nummer met de kerst te maken?

Een dag later, in hetzelfde gebouw: wat was aangekondigd als een concert door een kinderkoor bleek een soort veredelde talentenjacht van niet zo jonge kids en ronduit volwassenen. Ook hier twee of drie nummers die de moeite van het aanhoren waard waren omdat de vertolksters konden zingen. Maar de rest was dus echt Talba-niveau. En ook hier: bijna alles in het Engels, en in de meeste gevallen moeilijk te plaatsen in deze tijd van het jaar... 

 

 

Wandelen

Gister de langste wandeling tot nu toe gemaakt in deze stad. Grijs maar droog en warm weer met veel frisse lucht om diep in te ademen. Na een week waarin ik me vanwege het trekken van een verstandskies heb volgepropt met pijnstillers voel ik me als herboren.

De wandeling voerde naar het ziekenhuis, een berg van beton en glas zoals het AMC in Amsterdam. Ik ben daar nooit binnen geweest, in dat AMC, ken het alleen maar als de bijna buitenaardse entiteit van licht en krioelende mensen die midden in een weiland staat waar ooit koeien graasden.

De reden waarom ik naar het ziekenhuis liep doet er hier niet toe. Belangrijk zijn de ontdekkingen die ik deed, met mijn jas open, mijn vuisten gebald van energie in mijn broekzakken. Ik neuriede, zong af en toe luidop. Keek naar mensen, in woningen, op fietsen,  met elkaarin gesprek of alleen op weg naar nergens.

Opeens was daar de wijde horizon, verscholen achter een boomhaag naast het hospitaal. Even verrassend als de polder aan de zuidzijde van de stad. Als een visioen opent zich het groengrijze veld, met hier en daar een stal, een knotwilg, het geluid van een dier.

Zo is deze stad, verrassend, met om de tien meter iets om naar te kijken. Ik herinner me de lange middagen in Finland waarin het zaak was om ons tot een wandelingetje met de nadruk op tje te zetten. Omdat de keuken te benauwend werd, te donker, te alleen, te afgesloten. En hoe het buiten -eenmaal met de vereiste kleren tegen vrieskou of zomerse hitte aangetrokken- niet veranderde, de beklemming bleef, een doel ontbrak, mensen ontbraken. afwisseling ontbrak. Doodmoe terugkomen en je voornemen om nooit meer naar buiten te gaan...

Hoeveel beter is nu het leven...

Godenschemering

Voor het eerst deze stad uitgeweest. De bedoeling was aanvankelijk om naar Amsterdam te treinen, maar daartoe ontbrak uiteindelijk de lust. Het werd uiteindelijk een wandeling door Nijmegen. En daarna op bedevaart naar Zutphen.

Bezoek aan Nijmegen werd gered door de ontmoeting met twee bewoners in een kroeg. Leraren psychologie en duits, allebei met pensioen. Ik sprak ze aan over de desolate staat van Nijmegen en -in dat verband ook, jaja- ging het daarna over A. F. Th. NEC en dichten.

De psycholoog stelde zich aan ons voor als dichter, niet als psycholoog. En opende voor mij daarmee een deur, zoniet alle deuren. Nu ik ben thuisgekomen moet ik schrijven en dichten. Me als zodanig voelen. En voorstellen. Ook aan mezelf.

Ik heb me na ruim drie maanden hier teveel verbonden aan een aantal zaken die teveel tijd en aandacht gaan opslokken. Daar is de kringloopwinkel waarin ik na een week (!) niet alleen maar de boekenzooi beheer maar de hele tent draai.

De plek is een goede, daar niet van. Vrijwilligerswerk zoals vrijwilligerswerk moet zijn, afzien dus eigenlijk. Zonder verwarming, zonder leiding, zonder plan. De eigenaar Vincent gooit hem iedere dag voorgoed dicht maar des avonds zijn we dan toch de volgende dag weer open. We zijn nog met ons drietjes: hij, zijn vrouw en ik. Tot elkaar veroordeeld, op een zinkend schip...

Heb gister ook gebroken met degene met wie ik de voorbije drie jaar het meest intensief ben opgetrokken. Mijn vroegere docent (geen psychologie of duits maar mediterrane pre- en protohistorie...). Zelfbenoemd dichter, rokkenjager, maar voorl relnicht. Voert momenteel vijf of zes processen, tegen Jan en Alleman, heeft als reaktie op mijn afscheidsmail al aangekondigd dat ik nu ook voor de bijl ga... Ik heb er geen tijd meer voor en geen zin meer in...

Na Nijmegen dus Zutphen. Mijn ouderlijk huis is tegenwoordig een bed and breakfast. We belden er aan terwijl het stadje zich in een prachtige mistbank hulde. Daarboven de ster van Bethlehem en andere hemellichamen. Zo moest het zijn. Het huis met de vele kamers en nog meer herinneringen was nog steeds vooral hoog. En plechtig. Vijftig jaar oude herinneringen op de plafonds, kijk daar zat ik op de grond en tekende een Apollo-raket...

Na afloop eten in een restaurant naast de slagerij van Hilbert van Dam, die ooit weer naast me zat op de lagere school. Aan de tafel naast ons zat mijn moeder, op de gelegenheid gekleed en gekapt, omringd door haar kleinkinderen. Het was allemaal wel goed zo. Nu kun je het boek van je familie wel dichtslaan, zei Ulla, en dat was precies wat ik er deed. IK ben een dichter, vanaf nu. In een familie van woorden...

Dromen

De dromen zijn gecompliceerd: vannacht was ik de gelukkige bezitter van een bobslee en raasde ik daarin over besneeuwde en beijsde glooiingen. Totdat ik me afvroeg hoe uit mij die niet eens schaatst en helemaal niet van snelheid houdt, een wintersportheld was geworden.

Het volgende beeld kwam dan ook vanuit dezelfde besneeuwde, onmiskenbaar Finse omgeving maar ik was teruggebracht tot degene die ik daar in mijn vorige leven werkelijk was: de trage reiziger, zonder rijbewijs, altijd maar wachtend op autobussen en treinen die soms niet eens op kwamen dagen.

Ik verhuisde -ook dat is natuurlijk niet vreemd om te dromen in deze verhuizige fase van ons leven.Ik droeg een matras, nog wat spullen en had onze hond aan de lijn. En we waren met ons drietjes, mijn twee jongens en ik. Baggerden ons een weg naar Nuutajaervi, het gehucht waar de jongens geboren zijn.

Er moest een bus rtijden vanuit Urjala, het kerkdorp, maar die ging natuurlijk niet meer. Of toch wel, maar de andere kant uit. Groeiende spanning, de hond die zijn behoefte moet doen, de chauffeur die me niet verstaat, ik wil het wel uitschreeuwen van wanhoop en ergernis. De laatste gedachte is aan de sauna die we bij aankomst aan kunnen maken, een droomgezicht in een droom. Warmte en veiligheid. Maar dan komt de gewaarwording dat de sauna in het huis in Eura staat en wordt de droom eentje om moedeloos van te worden....

 

 

Boekenwurm

Nu heb ik mijn stekje gevonden. Als bibliothecaris, als boekverkoper, als antiquair, noem het hoe je wilt, maar het voelt zo goed dat ik er de hele nacht wilde dromen van heb gezien. Vandaag kan ik beginnen in een kringloopwinkel hier in de buurt, als de beheerder van de boekenverzameling. Mooi plekje voor ze zoeken, met een gemakkelijk stoeltje er naast, ze allemaal doorkijken en op waarde schatten. Heerlijk heerlijk, ik verheug me op de samenwerking met de lange, slungelige, weinig Brabantse maar erg mooi hippieachtig overkomende eigenaar en met Charles, de mooie jongen uit Suriname die luid schetterend het voor iedereen naar de zin maakt. Op vijf minuten lopen bij ons vandaan, vijf dagen in de week van twaalf tot vijf, wat wil een mens nog meer?

Het moet toch van een enorme betekenis vor me zijn, die bezigheid, omdat ze me zelfs in mijn dromen bezoekt? Thuiskomen. Extra belangrijk in een week waarin de demonen uit Finland me hebben achtervolgd. Volgende week is het tien jaar geleden dat men daar mij begon te verdenken van moord. Ook omdat de dader nooit is gepakt, is men tot op de dag van vandaag geneigd mij met de gebeurtenis te linken, kijk maar in het internet. Ik schrijf er zelf over op favcebook. De absurde verdenking is er eentje in de hele rij die mij daar te beurt viel. Ik ben er alcoholist geweest (nota bene in het land waar iik zelden iemand nuchter gezien heb, moet een projectie zijn), echtbreker, slechte vader etcetera etcetera. Ik heb vioor de Finnen alles vertegenwoordigd dat slecht is. Eeuwig en van alles verdacht...